Coco's verhaal begint niet op de dag dat ze bij mij kwam wonen. Het begint een paar maanden eerder, bij iemand anders thuis.
Ik kende haar al als pup
Het begon bij mijn moeder. Zij paste de eerste keren op haar, een paar dagen nadat Coco bij haar vorige eigenaar kwam. Toen mijn moeder twee of drie maanden op vakantie ging, nam ik het van haar over. Vanaf dat moment kwam Coco vooral bij mij, en heel soms nog bij mijn moeder.
Ze was toen ongeveer vier maanden oud. Dat weet ik pas achteraf precies: ik ging er altijd van uit dat ze op haar achtste week bij hem terechtkwam, maar dat bleek twee maanden later te zijn geweest.
In die eerste periode was ze precies wat je van een pup hoopt: leergierig, nieuwsgierig, snel.
Ik heb haar in die tijd van alles geleerd. Zit, lig, poot, een rondje. Dat deed ik in korte sessies, want zo leer je een hond iets nieuws. Pas als ze het eenmaal kende, gebruikte ik het ook gewoon door de dag heen. Het ging makkelijk, want ze vond het op dat moment nog echt leuk om te trainen. En belangrijker dan die trucjes: dat ze niet door een open deur rent.
Dat kwam niet uit een boekje. Het ging bij haar niet eens om de voordeur, maar om de gangdeur ernaartoe. Ik wilde haar helemaal niet in de gang hebben. En ik wilde al helemaal niet dat ik bij de deurbel eerst haar in de woonkamer moest tegenhouden voordat ik zelf de gang in kon. Dat moest rustig kunnen, terwijl zij blijft waar ze is tenzij ze toestemming heeft. In een half uur ging het van een hond die als een speer die gang in schoot naar een hond die ging zitten en wachtte tot ik zei dat het mocht.
Hoe je dat bij je eigen hond opbouwt, komt in een aparte post over wachten bij de deur. Die staat er nog niet.
Terugkomen heb ik op dezelfde manier opgebouwd. Ik begon met mijn vlakke hand en leerde haar dat ze daar met haar neus tegenaan moest duwen. Pas toen dat soepel ging hing ik er een woord aan: Coco, kom. Dat zeg ik bewust harder dan mijn andere commando's, want dit is het enige dat ook op afstand moet werken, en zachtjes werkt dan niet.
Daarna ging ik het pas door de dag heen oefenen. Op een willekeurig moment, juist als ze met iets anders bezig was. Komen terwijl er niets te doen is zegt namelijk niets. Je wilt dat ze komt terwijl er wel iets te doen is.
Hoe je dat opbouwt zodat het ook buiten blijft werken, komt in een aparte post over terugkomen. Die staat er nog niet.
Alleen hield niets van dat alles stand. Wat ze de ene keer kende, was ze de volgende keer weer kwijt. En bij elke oppasbeurt ging het een stukje slechter: minder aandacht voor mij, minder focus, meer stress.
Dat is het punt waarop ik ging snappen wat er aan de hand was. Een hond die er tussendoor niet aan toekomt om te herstellen, houdt niets vast van wat je hem leert.
Toen ik dat doorhad, heb ik haar baasje aangeboden om te helpen. Het plan was dat ik elke week met haar zou trainen en hem daarna zou uitleggen wat hij in de tussentijd moest doen om het door te zetten. Dat meende ik oprecht. Ik was er niet op uit om haar daar weg te halen, ik wilde dat het dáár goed kwam.
Alleen gebeurde het niet. Soms was hij na het ophalen al weer vertrokken voor ik iets had kunnen laten zien. En ik ben zelf iemand die niet snel iets zegt, dus ik liet het dan ook maar gebeuren.
Dat zag ik daarna gewoon terug bij haar. De volgende keer was ze het vergeten, of het ging merkbaar moeizamer. Dan wist ik genoeg: er was tussendoor niets mee gedaan.
Wat er misging
Haar vorige eigenaar wilde een pup, juist omdat hij er dan zelf iets van kon maken zoals hij het wilde. Alleen wist hij niets van pups.
Zijn aanpak was straffen. Veel corrigeren, bijna niets belonen. Ging ze in de bench, dan was dat niet alleen om te slapen maar ook als straf, en huilde ze daar, dan kreeg ze een correctie. Ze had een halsband om die een schok kon geven.
Er was ook iets dat ik zelf merkte. Wilde ik haar aaien, dan sprong ze soms weg, alsof ze een tik verwachtte. Later hoorde ik via via dat mensen hadden gezien dat ze er ook echt een kreeg.
Daar kwam bij dat ze er soms een hele dag in zat, omdat hij gewoon de hele dag wegging. Dat is voor elke hond te lang, en voor een pup helemaal.
Een bench werkt alleen als het de plek is waar niets gebeurt. Wordt het de plek waar straf komt, dan gaat een hond daar niet liggen omdat ze moe is. Dan blijft ze juist op haar hoede, want er kan elk moment iets gebeuren waar ze niets aan kan doen.
Dat zag je terug in alles. Ze sliep in die bench op een kale handdoek, omdat ze kussens kapotmaakte en het kussen daarom was weggehaald en weggebleven. Maar dat slopen was geen oorzaak, het was een gevolg: een hond die niet durft te slapen moet iets met die energie.
Ik heb hem dat ook gezegd, al in de eerste week dat hij haar had. Dat ze gevoelig is, dat straf haar niet goed gaat doen, en dat hij er een bang en gestrest hondje mee zou krijgen. Dat is precies wat er gebeurde.
Hoe klein haar wereld was
Er is nog iets wat ik pas veel later begreep.
Buiten ging ze volledig over haar toeren. Niet pas toen ze bij mij woonde, ook al in de tijd dat ik alleen op haar paste. Ik begon me er zelfs voor te schamen als ik met haar naar buiten ging. Ze ging helemaal gek en ik kreeg haar met geen mogelijkheid rustig. Eerlijk gezegd wist ik op dat moment ook niet wat ik ermee moest.
Pas toen ze bij mij bleef, viel het kwartje. Een paar minuten buiten was al genoeg, en eenmaal binnen bleef dat nog lang hangen. Buiten was dus veel te veel voor haar, en dat kan eigenlijk maar één ding betekenen. Ze had er veel te weinig van gezien.
Daarmee viel ook iets op zijn plek van daarvoor. Haalde ik haar lopend op, dan kwam ze compleet overprikkeld bij mij binnen. Werd ze met de auto gebracht, dan was ze een stuk rustiger, terwijl die rit nog korter duurde dan dat stukje lopen. Het verschil zat hem dus niet in de tijd, maar in hoeveel ze onderweg te verwerken kreeg.
Haar toenmalige baas zei bij het ophalen ook wel eens dat hij haar zo nog nooit had gezien. Dat kan iets zijn dat je gewoon zegt. Maar ik kan me net zo goed voorstellen dat het klopte. Ga je nauwelijks met je hond naar buiten, dan raakt ze ook nergens van over haar toeren. Niet omdat ze het aankan, maar omdat ze de wereld niet ziet. Pas toen ze die wel zag, merkte je het.
Zeker weten doe ik dat niet, en haar vorige eigenaar zou dat waarschijnlijk anders vertellen. Maar het paste wel bij alles wat ik daarna buiten tegenkwam: trekken, rondjes rennen, in broekspijpen bijten, en geen enkele aandacht voor mij.
Ze was ook niet zindelijk. Ze had thuis altijd toegang tot de tuin, dus haar blaas was nooit getraind en ze had nooit geleerd aan te geven dat ze moest.
En ze had diarree. Niet een keer: zo goed als elke keer dat ik op haar paste. Een paar dagen nadat ze bij mij woonde was dat over, en het is daarna niet meer teruggekomen.
Hoe het liep
Ik twijfelde sowieso of ik zelf een hond wilde. Ik zag op tegen het lopen en tegen de verantwoordelijkheid die er elke dag bij hoort. Tegelijk leek een hond die met mij meegaat naar plekken die ik zelf spannend vind me juist wel fijn.
En dit was geen gewone pup. Een pup opleiden kan ik. Een pup met zo'n rugzak was iets anders, en ik wist niet of ik wist hoe ik daarmee om moest gaan.
Wat ik wel zeker wist: ik wilde niet dat ze een hondje zou worden dat van gezin naar gezin gaat omdat ze onhandelbaar lijkt. Dus ook als ik na een paar maanden had moeten zeggen dat het mij niet lukte, dan had ik ervoor gezorgd dat ze ergens terechtkwam waar het wel veilig was.
Veel tijd om erover na te denken kreeg ik niet. Op 18 mei stond ze er, en toen begon het.
