Een pup die weet hoe zijn dag eruitziet, hoeft veel minder uit te zoeken. Hij weet wanneer er iets gebeurt, dus hij hoeft niet steeds te vragen of er nu iets gaat gebeuren. Dat scheelt hem spanning, en jou een hond die de hele dag om je heen draait.
Hieronder staat het schema waar alles op leunt. Vul je eigen tijden in, kies hoe oud je pup is, en print hem uit als je hem op de koelkast wil hangen.
Jouw schema
Dagschema voor een pup
07:00 tot 23:30, pup van 3 maandenGa elke keer naar hetzelfde stuk gras, zodat hij die plek herkent als de plek waar hij plast. En begin de wandeling pas als hij geplast heeft, anders leert hij het op te houden om die wandeling te krijgen.
Na vijf minuten nog niet geplast? Draag hem naar binnen en zet hem in zijn bench. Tien minuten later probeer je het opnieuw.
Geef hem pas zijn eten als hij rustig is en wil gaan liggen. En na het eten niet spelen of wandelen: een rustige plas mag, rennen niet.
Houd een deel van zijn dagportie apart om mee te trainen. Dan heb je geen snoepjes nodig en krijgt hij niet te veel binnen.
Dit schema is een richtlijn, geen wet. Iedere pup is anders: kijk naar je eigen hond en naar wat hij je laat zien. Wordt hij eerder wakker, is hij na een wandeling op, of vraagt hij er zelf om naar buiten te gaan, dan volg je hem en niet het schema. De wandeltijden zijn een bovengrens en geen doel: hoeveel je hond nodig heeft hangt af van zijn ras en zijn energie, en zelf rondscharrelen en snuffelen in zijn eigen tempo telt niet als wandelen.
Wat er gebeurt als je het loslaat
Het schema is geen doel op zich. Het is wat je pup houvast geeft, en dat zie je meteen terug zodra het weg is.
- Hij weet niet wanneer hij mag plassen. Dus houdt hij het niet op, want waarvoor zou hij. Meer ongelukjes, en langzamere zindelijkheid.
- Hij weet niet wanneer jullie gaan spelen. Dus vraagt hij het zelf, steeds opnieuw, en jij bent degene die dan wel of niet meedoet. Zo leert hij dat aandacht vragen werkt.
- Hij leert niet hoe hij zich moet vervelen. Dus wil hij de hele dag iets te doen hebben. Dat is het lastigste om later nog terug te draaien.
Plassen doe je altijd op dezelfde plek
Kies één plek, bijvoorbeeld een vast stuk gras, en ga daar elke keer naartoe. Hij gaat die plek herkennen als de plek waar je plast, en dat maakt het voor hem een stuk makkelijker.
Belangrijker nog: begin de wandeling pas als hij daar geplast heeft. Loop je meteen door, dan leert hij iets wat je niet wil: als ik het ophoud, gaan we lopen. Dan houdt hij het straks expres op, ook op momenten waarop je helemaal niet van plan was om te gaan wandelen.
Komt er na vijf minuten niets, dan draag je hem naar binnen en zet je hem in zijn bench. Tien minuten later probeer je het opnieuw. Zo blijft de plek verbonden met plassen en niet met rondhangen.
Slapen is het grootste deel van de dag
Een jonge pup slaapt 18 tot 20 uur per dag. Dat is geen luxe, dat is waar hij van groeit en waarin hij verwerkt wat hij heeft meegemaakt.
Een pup die te weinig slaapt, wordt niet rustiger maar juist drukker. Hij bijt harder, luistert slechter en kan niet stoppen. Dan is meer doen precies het verkeerde, en is slapen het antwoord.
Wil hij niet gaan slapen terwijl het slaaptijd is, dan gaat het meestal niet over moeheid maar over de plek. Hoe je die opbouwt staat in Benchtraining voor een pup. Geen bench? Zorg dan voor één vaste rustplek met zo min mogelijk afleiding, waar hij veilig alleen kan liggen zonder dat hij iets kan opeten wat niet goed voor hem is.
Wandelen groeit mee, en niet harder dan dat
Hoe ouder hij wordt, hoe langer hij kan lopen. Als richtlijn houd ik ongeveer vijf minuten per levensmaand aan, een paar keer per dag. Een pup van drie maanden loopt dus zo'n kwartier per keer.
Lees dat als een bovengrens en niet als een doel. Een hond van tien maanden hoeft geen uur te lopen omdat het mag, dat hangt af van zijn ras en van hoeveel energie hij heeft. Los rondscharrelen en snuffelen in zijn eigen tempo is trouwens iets anders dan wandelen: dat is juist goed voor hem en telt niet mee in die minuten.
Te lang doorlopen is wel waar het misgaat: een pup die te lang mee moet, komt thuis niet moe maar opgefokt.
Er zit ook een lichamelijke kant aan. Zijn gewrichten en groeischijven zijn nog niet klaar, en daar rekent te veel en te lang doorlopen op af. Voor grote rassen geldt dat nog sterker, en die groeien het langst door.
Laat je pup geen trappen lopen, zeker niet als hij groot wordt. Bij grote rassen tot drie maanden is er een verband gevonden tussen trappen lopen en een grotere kans op heupdysplasie. Draag hem, of zet er een hekje voor. Wat juist goed is voor zijn heupen: los rondscharrelen op zacht, ongelijk terrein, in zijn eigen tempo.
Na het eten gebeurt er niets
Kijk in het schema en je ziet het staan: eten, en daarna slapen. Dat is geen toeval.
Spelen of wandelen vlak na een volle maag wil je niet. Bij honden kan de maag zich draaien als er beweging op een volle maag komt, en dat is levensgevaarlijk. Cornell noemt bewegen kort na het eten als een van de risicofactoren. Het risico is het grootst bij grote honden met een diepe borstkas, maar het is bij geen enkele hond iets om mee te experimenteren.
Daarom staat het eten in dit schema steeds vlak voor het slapen. Een rustig plasje na het eten kan prima, maar dan wel rustig: geen rennen, geen stoeien, geen bezoek dat hem opjut.
In het begin train je veel, en dan zijn snoepjes zo te veel. Neem daarom zijn portie voer van die dag en houd daar een deel van apart om mee te trainen. Wat overblijft gaat in zijn bakje, ook al is dat dan wat minder. Zo krijgt hij niet meer binnen dan hij nodig heeft, en wordt elke oefening toch beloond.
Wat je je pup als eerste leert, en hoe je dat aanpakt, komt in een aparte uitleg over de eerste oefeningen. Die staat er nog niet.
Niksen is ook een onderdeel
Minstens één keer per dag mag er niets gebeuren. Buiten de bench, gewoon ergens liggen terwijl jij iets anders doet. Binnen op zijn kleed of buiten in de tuin, dat maakt niet uit.
Vervelen is hier de bedoeling. Een hond die alleen maar leert dat er steeds iets te doen is, gaat dat ook verwachten, en dat is bij een werkhond een probleem dat je jaren meesleept.
Hoe je dat opbouwt bij een hond die dat niet uit zichzelf kan, komt in een aparte uitleg over niets doen. Die staat er nog niet.
Socialiseren hoort in de vrije tijd
Je hoeft daar geen apart blok voor in te plannen. Tijdens de wandeling of in de vrije tijd ga je gewoon even ergens staan waar af en toe iets langskomt: aan de rand van de stoep, bij een fietspad, op een bankje bij een pleintje.
En let op wat socialiseren wel en niet is. Het betekent niet dat hij iedere hond en iedere persoon moet begroeten. Het betekent dat hij het normaal gaat vinden dat er mensen en honden langslopen en dat hij daar niets mee hoeft. Dat is precies het tegenovergestelde van elke hond gedag zeggen.
Hoe je dat stap voor stap opbouwt, en wat je doet als hij het te spannend vindt, komt in een aparte uitleg over socialisatie. Die staat er nog niet.
Trainen hoort in de vrije tijd
Trainen heeft ook geen eigen blok nodig. Dat doe je in de tijd die in het schema voor spelen en vrije tijd staat, met het voer dat je apart hebt gehouden.
Houd het wel kort. Tien minuten per keer is genoeg, een tot drie keer per dag. Langer achter elkaar kan een pup zich niet concentreren, en wat je daarna nog doet levert weinig op. Stop liever terwijl het nog goed gaat.
Kauwen en vrije tijd
Kauwen hoeft geen eigen plek in het schema, dat valt onder spelen en vrije tijd. Het is wel een van de beste manieren om die tijd in te vullen, want kauwen maakt de meeste pups rustig in plaats van drukker.
Hoe je het schema meelaat groeien
Download het schema opnieuw zodra je pup een maand verder is. De tijden passen zich dan vanzelf aan: langere wandelingen, langer wakker, kortere slaapjes.
Je hoeft die stap niet in één keer te maken. Zie je dat hij er klaar voor is, rek het dan alvast een beetje op: net iets later naar buiten dan de week ervoor, net iets langer wakker. Dan is de overgang van de ene maand naar de volgende geen sprong maar een volgende stap.
Als het even niet lukt
Een dag waarop het schema in de war loopt, maakt niets kapot. Bezoek, een dierenarts, een keer te laat opgestaan: dat hoort erbij.
Pak het dan gewoon weer op waar je gebleven was. De volgorde is belangrijker dan de klok: wakker worden, naar buiten, iets doen, en dan weer slapen. Zolang die ronde blijft staan, loopt het vanzelf weer op zijn plek.
Veelgestelde vragen
Moet ik mijn pup wakker maken voor het schema?
Nee. Wacht gewoon tot hij vanzelf wakker wordt en pak het schema dan op waar je gebleven was.
De volgorde is belangrijker dan de klok: wakker worden, naar buiten, iets doen, en dan weer slapen. Slaapt hij een half uur langer door, dan schuift de rest van je dag een half uur op en verder gebeurt er niets.
Hoelang mag ik mijn pup alleen laten?
Dat hangt af van zijn leeftijd en vooral van hoeveel hij al geoefend heeft. Een pup die het nog nooit gedaan heeft, red je niet door er een aantal uur van te maken omdat het volgens zijn leeftijd zou moeten kunnen.
Bouw het rustig op. Loop af en toe de kamer uit en kom na een minuut weer terug, zonder er iets bijzonders van te maken: geen afscheid, geen begroeting. Dat rek je steeds een stukje op, en zo groeit het vanzelf naar uren.
Hoe je dat stap voor stap opbouwt, komt in een aparte uitleg over alleen leren zijn. Die staat er nog niet.
Wat doe ik als mijn pup overdag niet wil slapen?
In het begin kan hij best even tegenstribbelen. Wacht dat rustig af. Zolang er niets gebeurt, gaat hij uiteindelijk gewoon slapen.
Blijft het aanhouden, dan gaat het meestal niet over moeheid maar over de plek.
Hoe je van de bench een plek maakt waar hij zelf voor kiest, staat in Benchtraining voor een pup.
Hoe pas ik het schema van mijn pup aan als ik werk?
Een pup kan geen hele werkdag alleen thuis zijn. Een volwassen hond meestal trouwens ook niet. Acht uur in de bench of alleen in huis is simpelweg geen optie.
Zorg dus dat er iemand is die hem tussendoor naar buiten kan laten. Of breng hem naar een oppasplek. Geef daar dan je eigen schema mee, dan loopt zijn dag daar op dezelfde manier door en houdt hij ook daar zijn structuur.
Wanneer gaat een pup van drie naar twee maaltijden?
Meestal rond zes maanden. De lijn die de meeste dierenartsen aanhouden, en die ook de AKC beschrijft: vier keer per dag tot een maand of vier, daarna drie keer per dag, en vanaf ongeveer zes maanden twee keer per dag. Het schema hierboven doet dat vanzelf zodra je de leeftijd aanpast.
Doe zo'n stap niet van de ene op de andere dag. Schuif de middagmaaltijd in een week of wat op tot hij tegen het ontbijt of het avondeten aan ligt, en laat hem dan weg. Wat eraf gaat verdeel je over de twee maaltijden die overblijven, want hij moet op een dag nog steeds evenveel binnenkrijgen.
Grote rassen groeien langer door, en daar is het extra belangrijk om het niet te snel af te bouwen. Twijfel je, overleg het dan even met je dierenarts.
Moet mijn pup 's nachts nog naar buiten?
Het hoeft niet. Laat hem zo snel mogelijk wennen aan een hele nacht, dan is dat straks gewoon normaal voor hem.
Lukt dat echt niet, laat hem dan één keer per nacht uit, en doe dat steeds ietsjes later. Zo schuift het vanzelf naar de ochtend toe tot hij de nacht doorslaapt.
